Achternamen op E
Ebbers: Patroniem met de betekenis 'van Ebber(t), Egbert'. Egbert een germ. roepnaam met de betekenis 'die met het zwaard schittert', van het germ. agi 'zwaard' en berht 'schitterend'.
Echternach: Plaats in Luxemburg waarvan de naam terug gaat tot in de Keltisch/Romeinse (i.e. gallo-romaanse) tijd. Echternach heette voorheen Epternacum met de betekenis 'grondstuk/villa van de keltische persoon *Epotoros. Zie -acum.
ee - waternaam. Zie A.
eek - eik
ees - groep bijeen gelegen bouwlandakkers
egel - bloedzuiger
egge - hoek
Egging, Eggink: patroniem bij de voornaam Egge. Het saksische ink heeft dezelfde waarde als het frankische ing en betekent 'zoon van, nakomeling, afstammeling' en in dit geval van Egge. Het is een eenstammige verkorting van een germaanse eg-naam, bijv. van Egbert beginnend met eg 'zwaard'.
Er is een buurt ('t) Eggink in de gem. Wisch (Gld), de gem. Gorsel (Gld) en de gem. Lochem (Laren, Gld).
eigenschapsnamen - tot deze groep worden die familienamen gerekend waarvan de oorsprong niet in genealogische afstamming, geografische herkomst, adres of beroep van de eerste drager is gelegen maar in een andersoortig onderscheidend kenmerk. Te denken valt hierbij aan fysische aspecten, leeftijd, karaktereigenschappen, incidenteel of permanent gedrag, plaats of functie binnen de familie, geloof en mentaliteit, karakteristieke voorwerpen en materieel bezit, de maatschappelijke stand. Het begrip 'eigenschap' moet hier dus in een wat ruimere zin worden gezien.
Eijk, van: 1. Herkomstnaam van een voorvader uit één van de vele platsen met de naam Eik, Eijk of de samenstellingen daarvan. Zie hierna.
2. Adresnaam van een voorvader die woonde bij een (markante) eik, bijv. een 'eik' waaronder werd recht gesproken of een 'eik' met een kruis erbij (in Twente een Kroezenboom). Genealogie moet een en ander uitwijzen.
Mogelijke herkomstplaatsen zijn:
Eik een gehuchtje bij Kerkrade (Li); Eik een buurt bij Margraten (Li); Eik bij Oorschot (NB); Eijck als verkorting van Bergeik of Bergeijk, een dorp in NB.Eikenaar: Een uit Duitsland stammende beroepsnaam met de betekenis van Eichner 'ijker, ijkenaar', iemand die vaten en gewichten 'ijkt'. IJken van het la. aequare (1C) aequo, aequavi, aequatum 'gelijkmaken' (1285).
Einecke: Plaats in Kr. Soest (Dtsl.) Schriftelijke vermeldingen vanaf 1247. Destijds verkocht het klooster Cappenberg 'goederen in Einecke' aan het Walburgisklooster in Soest (bona in Endeke sita). "Endeke" zou overigens van de oudsaksische eigennaam "Eniko" stammen.
Einstein: Herkomstnaam verwijzend naar een gelijkluidende plaatsnaam. 'Einstein' was bijv. de oude naam voor 'Mannelstein' in de Elzas. "Dat 'Albert Einstein' zijn steentje heeft bijgedragen aan de natuurkunde zal vrijwel niemand ontgaan zijn."
Ekkel: de verleiding bestaat in deze familienaam het oost-nederlandse ekkel 'eikel, eikeboom' te zien. Het is evenwel een patroniem bij de roepnaam Ekkel. Het is een vleivorm van Ekhart, vandaar dat ook de familienamen of de patroniemen Ekker en Ekkerink voorkomen, alsmede de genitiefvorm Ekkels 'van Ekkel'. Het is een tweestammige germaanse naam met de leden egi 'zwaard' en hard 'hard, sterk'.
Wanneer je de geslachtsnamen Ekkebus (sporadisch Ekkenbus), Ekkelboom, Ekkelbos, misschien ook Ekkelenkamp, Ekkendonk (donk 'verhoging in het moeras' met eiken) tegenkomt, dan heb je uiteraard wel te maken met een locatienaam bij 'eik, eikenboom' of 'eikenbos'.Elderen, van: 1. herkomstnaam met weglating van de anlaut uit 'van Helderen'. Helderen is de (oude) streeknaam voor Hellendoorn.
2. Herkomstnaam, 'van Eld' of 'van Elde', een gehucht in de gem. Schijndel, Noord-Brabant.
3. Herkomstnaam, 'van Elden', een dorp in de gem. Elst, Gld.
4. Herkomstnaam, 'van Elderens', polder en gehucht in de gem. Zevenbergen, N-Brabant.
Elif: Turkse meisjesnaam. Elif is de eerste letter van het arabische alfabet en heeft tevens de getalwaarde één. De betekenis staat niet alleen voor het unieke van het meisje, maar ook voor een rijzig en slank figuur.
-elte - plaats waar hout groeit
Elzas: Vanouds de invalspoort van de Germanen in Keltisch gebied. De Elzas werd na de verovering door Caesar (58 v.C.) een Gallo-Romeins territorium tot de vestigingen van de Germaanse Alamannen in de 5e eeuw, die door hun stamgenoten aan de overzijde (oostzijde) van de Rijn elisa zono 'de ginds wonenden' werden genoemd. In de 8e eeuw werd deze aanduiding al 'vergermaanst' tot Alisatia 'de op de andere kant zittenden'.
emn - effen, vlak
Enderink: Oost-Nederlandse en patronymische familienaam met de betekenis 'de nakomelingen van Eno of Eino'; van de germ. roepnaam Eginolf met de delen eg- 'zwaard' en (w)olf 'wolf'. Zie verder suffix ing-, ink-.
Van de 49 geturfden wonen er in 1996 zo'n 23 in de Achterhoek, waarvan 11 in Harfsen.
eng - enk, bij dorp gelegen bouwland
van Engelen: Herkomstnaam met de betekenis 'van Engel', dus uit een van de vele plaatsjes 'Engel'.
Enquist: Anna Enquist wordt in 1945 als Christa de Boer in Amsterdam geboren. Als ze klaar is schrijft ze zich in aan het conservatorium in Den Haag om haar oude droom om pianiste te worden in vervulling te laten gaan. In 1988 krijgt ze een baan als psychoanalytica aan het Psychoanalytisch Instituut Amsterdam. Rond haar veertigste begint ze als hobby te schrijven. Een collega raadt haar aan de publiciteit te zoeken, waarop ze haar gedichten als Anna Enquist opstuurt naar tijdschrift Maatstaf. Uitgeverij De Arbeiderspers pikt haar gedichten op; de naam Enquist is gevestigd.
Misschien heeft ze de achternaam gekozen van de Zweedse schrijver en criticus Per Olov Enquist (* 1934), die zijn eerste roman Magnetisörens femte vinter 'De vijfde winter van de magnetiseur' publiceerde in 1964. Anna is met de Zweedse cellist B.E. Widlund getrouwd. Kennelijk was juist daardoor de band met Zweden bepalend bij de keuze van een pseudoniem voor haar eerste gedichten.
Fonetisch klinkt Enquist als het Zweedse en kvist 'een (groen) takje, een twijg, kwast; ook kwast in een plank'. Via het gebruik van twijgen als afdekmateriaal is kvist ook overgegaan naar 'dak- of zolderkamer'. Wie weet zijn haar eerste twijgen aan de literaire boom ontsproten op een zolderkamer.Ensing: Oost-Nederlands patroniem bij de roepnaam Enso; zie suffix -ing, -ink en van der Schaar voor de duiding van Enso, Enzo, van Ene.
-epe - waternaam
-er, -erd, -der - Een achtervoegsel dat achter de stam van het werkwoord mannelijke woorden produceert. Voorbeeld: zwetsen - zwets - zwetser, met als mv. 'zwetsers' en verkleinvorm 'zwetsertje'. Het suffix is sinds de 10e eeuw een verzwakte vorm van -aar, van het lat. -arius, waarmee iemand wordt aangegeven die de handeling uitvoert.
Voorbeeld uit het Latijn: sica = dolk, sicarius = sluipmoordenaar.
Als variant komt -der voor, bijv. ballonvaarder, peurder, twijnder.
De vrouwelijke vorm van het suffix is -ster.
Voorbeelden op wie, wat, waarmee, waarop, oorzaak, taak, herkomst of telling zijn:-erd is (1678) eenverzwakte vorm van -aard, een achtervoegsel waarmee van bijv. nw. die meestal een slechte eigenschap uitdrukken mannelijke persoonsnamen worden gevormd. In een aantal gevallen kan ook de synonieme uitgang -erik worden gebruikt. Voorbeelden:
- aansteller, belager, bespotter, mooiprater, vakkenvuller, verpachter, zaniker, zwetser.
- kneder, meter, spanner, teller.
- afdankertje, bijsluiter, inruiler, oplegger.
- schuiver, sisser.
- dijenkletser, giller, lachertje.
- AOW’er, brugklasser, eilander, tiener, veertiger, vrijwilliger, wetenschapper, zanger.
- Achterhoeker, Amsterdammer, Andalusiër, Barnevelder, Bremer, Brunswijker, Duinkerker, Edammer, Elzasser, Faerøer, Galliër, Gascogner, Gelderlander, Gooier, Groenlander, Groninger, Hamburger, Harderwijker, Holsteiner, Jutlander, Katwijker, Kieler, Kootwijker, Laplander, Leeuwarder, Lijflander, Limburger, Marker, Mecklenburger, Mokumer, Noordwijker, Normandiër, Oldenburger, Paltser, Picardiër, Pommer, Prager, Rijnlander, Rijnsburger, Rotterdammer, Rottumer, Sakser, Sallander, Scheveninger, Schiedammer, Sileziër, Staphorster, Stettiner, Straatsburger, Tiroler, Volendammer, Vuurlander, Walachijer, Waterlander, Wieringer, Württemberger.
- driewieler, viermaster, vijfvoeter.
dikkerd, genieperd, geniepigerd, linkerd, sluwerd (sluwerik), stommerd (stommerik), taaierd, viezerd (viezerik).
In een aantal gevallen wordt ook het suffix -er uitgebreid tot -erd om daarin duur en versterking uit te drukken, bijv.:
blokkerd, blufferd, gaperd, geeuwerd, grommerd, jankerd, knijperd, knoeierd, lijmerd, pisserd, schreeuwerd, schrokkerd, smakkerd, veinzerd, zanikerdErbakan: Turkse familienaam met de betekenis 'aanstaand minister'. Van tu. er 'rekruut/soldaat' en bakan 'minister'.
Erdoğan: Turkse familienaam met de betekenis 'vroeg geboren'. Van tu. er 'vroeg' en doğan 'geboren'( spr: dohan met zware 'h', als in het du. gehen. De betekenis wordt wsch. versterkt door het feit dat doğan ook voor 'valk' staat, danwel dat gerefereerd wordt aan de 'leerling valkenier' (doğancı 'valkenier').
-erij - Zie suffix -ij waaronder ook -arij, -derij, -dij, -enij, -erij, -ernij, -nij.
Erkamp, Erkamps: Erkamps betekent 'van Erkamp'. Een Westfaalse adresnaam van de vorm Erk-kamp, Erkens-kamp. Erk is een nevenvorm van Erik. Zie kamp. De naam is wsch. door hannekemaaiers naar West-Nederland gebracht.
86x Erkamp, waarvan 58 in Noord-Holland.
26x Erkamps, waarvan 14 in N.H.
es - bijeengelegen bouwland; boomsoort
Escaut: Fra. voor de rivier de Schelde.
Eskes: Patroniem met de betekenis 'van Eske'. Zie voor de roepnaam Eske het voornamenboek van J. van der Schaar.
esp - ratelpopulier
Esparbé: Adresnaam van een voorvader die woonde bij een espar, spa. 'lange spar'.
étang - fra. meertje, plas; aanleiding tot adresnamen als Létang, Delestang, Létanche. Vgl. la. stagnum 'poel, kreek, meer, stilstaand water, vijver, bekken, bassin'; stagneren van la. stagnare 'vastzetten, onder water zetten'. Loca stagnantia 'overstroomde plaatsen'.
Etcheverry: Baskische adresnaam met de betekenis 'het nieuwe huis'.
etten - beweiden
Europa: De naam komt vermoedelijk van het Fenicische woord ereb 'zonsondergang'. De naam Azië zou dan afgeleid zijn van açu 'zonsopgang'.
euvelgunne - met een slechte naam; afgunst
Inleiding + letteroverzicht